Het gebruik van kaarsen

Hoe kaarsen correct en veilig te gebruiken

Houd kaarsen uit de buurt van ontvlambare voorwerpen.

Plaats geen kaars in de tocht.

Laat een kaars niet onbeheerd achter.

Steek ze niet aan binnen het bereik van kinderen of dieren.

Doof ze niet met water.

Bewaar ze bij kamertemperatuur.

Plaats ze op onbrandbare ondergronden en vlakke oppervlakken.

De kaars brandt van binnenuit, waardoor een gat ontstaat. De lont moet ca. 5 mm lang zijn om het gat veilig uit te branden.

Voor een optimale opening bij een lampion, moet de kaars bij het eerste gebruik 3 tot 5 uur ononderbroken branden, afhankelijk van de grootte van de kaars.